Volgende: ‘Verloren in de klei ->

Een maand lang verblijf ik in Kaapstad, als gast van het ‘Borderlands public arts project’. Hier zal ik af en toe mijn ervaringen delen.

I sink to the bodem
And the sea breathes me in,
Swallows me down its long, blue throat.
(uit het gedicht ‘Hangklip’ van Gabeba Baderoon)

IMG-20190308-WA0044

Het regent. Hard. Dat is goed, want water is een probleem. Als ik douche, wat ik niet te vaak mag doen, vang ik het water op om de wc mee door te spoelen. Rond Kaapstad valt het nog mee. In Grahamstown schijnt het helemaal erg te zijn dit jaar.

Ik wil al sinds ik in Groningen studeerde naar Zuid-Afrika. In het derde jaar van mijn studie Nederlands was ik bevriend met Richard, die als uitwisselingsstudent uit Bloemfontein was gekomen. We volgden lessen filmanalyse die een hele dag duurden. Iedere vrijdag kwamen we gedesoriënteerd en knipperend tegen het licht het zaaltje bovenin de Universiteitsbibliotheek uit, om met een groepje nog wat na te praten in de kroeg. Richard praatte druk en veel en grappig. In één zin kon hij een filmscène analyseren, vertellen dat hij intens verliefd was op de jongen die hij de week ervoor tijdens het uitgaan had ontmoet en een half glas bier leegdrinken. Hij gebaarde daarbij druk met zijn sierlijke handen. Als het laat werd, praatte ik Afrikaans tegen hem terug.
Richard werkte als vrijwilliger in een restaurant dat een re-integratiefunctie had. Er werkten mensen die in allerlei soorten instellingen zaten. Je kon er voor drie gulden een maaltijd krijgen. Voor Richard kwam, was ik er nog nooit geweest. Hij had een neus voor bijzondere plekken in de stad waar je als student niet zo snel kwam. Hij had veel vrienden en een bloeiend uitgaansleven. Hoe langer hij in Nederland was, hoe vastbeslotener hij raakte om nooit meer terug te keren naar Bloemfontein. Hij schreef zich in voor een studie in Londen na de zomer. Die is hij nooit gestart. Die zomer werd hij in Bloemfontein vermoord, en zijn lichaam werd naakt achtergelaten op straat.
In Groningen werd een gedenkdienst voor hem gehouden, in de Martinikerk, die uitpuilde van alle vrienden die hij in één jaar had gemaakt. Ik was misselijk van onbegrip. Ik kocht een dichtbundel van Ingrid Jonker, het enige boek in het Afrikaans dat ik kon vinden, en leerde gedichten uit mijn hoofd. Ik ging nog een paar keer eten in het re-integratierestaurant, maar zonder Richards grappige commentaar was daar niks meer aan. Richard was mijn eerste kennismaking met Zuid-Afrika.

De eerste dagen van mijn verblijf hier logeer ik bij Leila en Stan in Noordhoek, één van de dorpen rond Kaapstad. Ze wonen in een klein huisje op het terrein van Leila’s ouders: net genoeg privacy en een supergroene minituin met vuurplaats. De slaapbank is hard met bobbels, maar de eerste nacht slaap ik als een roos.
Ik heb samen met Leila theater gestudeerd in Amsterdam. Ze heeft een groot project opgezet in Kaapstad om jongeren uit de verschillende gemeenschappen rond de stad met elkaar in contact te brengen. Met een team van drie anderen met verschillende achtergronden en kleuren organiseert ze workshops, wandelingen, een festival, een kamp en een picknick. Ze trekken naar scholen in de verschillende wijken om jongeren te rekruteren. Ik ga een workshop geven, assisteren en vooral kijken. Ik wil iets van de dynamiek begrijpen van het leven en werken in dit land.

Ik ben nog maar nauwelijks in slaap gevallen of ik moet alweer op. Op de eerste dag staat er een ‘borderwalk’ gepland, een wandeling door een stuk niemandsland bij Kaapstad. Het doel van deze wandelingen is om een tijdelijke gemeenschap te vormen met mensen die elkaar normaal gezien niet zouden ontmoeten. Speciale taxi’s halen jongeren uit verschillende delen van de stad op om ze naar het verzamelpunt te brengen. Ik voel me ontheemd. De Hollandse winter en de lange vliegreis hangen als een dikke sluier om me heen, waardoor alles onwerkelijk is. Het is erg druk met auto’s. De zon prikt op mijn huid. Mensen van alle kleuren, die elkaar een tijd niet hebben gezien, begroeten elkaar. Leila is druk van alles aan het coördineren. Plukjes pubers dralen alsof ze er niet bijhoren. Een charismatische vrouw van een actiegroep vertelt iets over plasticopruimacties, en we brengen er meteen één in de praktijk. Ik schaam me voor het plastic dekseltje op mijn meeneemkoffie. Daarna lopen we langs de zee naar een baai, waar de man met wie ik mijn plasticopruimzak gedeeld heb een genodigde schrijver blijkt te zijn. Hij vertelt over de relatie tussen de mensen uit Kaapstad en de zee. We krijgen een gedicht over de plek waar we op dat moment zijn, False Bay – een idiote naam, want de mènsen waren in de veronderstelling dat ze ergens anders waren; de baai lag gewoon te liggen zoals altijd – dat we in groepjes moeten voordragen aan de golven. Ieder groepje krijgt een paar strofen. Tijdens het oefenen blijkt dat we er gebaren bij moeten maken. Onmiddellijk roert de weerbarstige puber in mij zich: hoe ongemakkelijk, lelijk en stom! Maar als volwassene moet ik het goede voorbeeld geven, aan de echte pubers, dus er zit niets anders op dan me met een rode kop en houterige ledematen in de strijd te gooien. Ik beeld de zee uit die een vrouw inslikt, de kromming van de baai, en een zeevrucht die zich vastklampt aan een rots. En dan gebeurt er iets wonderlijks. De meerderheid van de aanwezigen heeft besloten zich met lijf en leden in het gedicht te werpen en er ontstaat een betekenisvolle voordracht. Het gedicht wordt een brug tussen de omgeving, de geschiedenis van de plek zoals die beschreven staat, en de individuele lichamen in het hier en nu. Eén van de dralende pubers improviseert ongevraagd een overvliegende zeemeeuw. Ik prent me in niet te vergeten hoe tastbaar deze taal is geworden.

Aan het eind van de dag tonen mijn nek, armen en benen in het felrood de stukken die ik gemist heb bij het insmeren. Tijdens de braai met Leila, Stan en vrienden vertelt iemand dat ze een vriendin heeft met een racistische hond, verschrikkelijk gênant. Ik val in slaap met de vraag hoe racisme kan ontstaan in honden met politiek correcte baasjes.

 

Volgende: ‘Verloren in de klei ->

Terug: Kaapstad blog, overzicht

 

 

 

 

EmkeIdema1. Taal, lijf en leden